Mentaliteit van het Wilde Westen

De inwoners van het Wilde Westen zijn op hun best talentvolle, creatieve mensen die oplossingen zien en kunnen overleven in een soms behoorlijk vijandig landschap. Ze kijken neer op zachte Europeanen en stadsvolk, de 'tenderfeet', die als toerist naar het Wilde Westen komen, en regelen hun zaken allemaal zelf, tot en met het kiezen van burgemeesters, sheriffs en de locale doodgraver. Het enige contact met de buitenwereld zijn reiziger, kwakzalvers, desperados en later de Pony Express en de trein. Zaken zoals riolering, stromend water en andere luxes komen maar heel langzaam.

Natuurlijk zijn er ook de slechtere kolonisten die nemen wat ze willen en leven van hun pistool. De schurken en rovers zijn vaak talrijker dan de Sheriff en zijn mannen, en de 'shootouts' bij de Saloons worden legendarisch, net zoals de reizende 'lawmen' die van dorp naar dorp reizen om daar tegen betaling de lokale wetshandhaving te versterken. Een aantal schurken zoals Jesse James worden zelf ook legendes, en bij elk verhaal rond de pokertafel worden hun daden aangedikt.

Een dag in het leven van...

De gemiddelde inwoner van een Wild West dorpje kan redelijk omgaan met een revolver en kan paardrijden. Hij of zij is gewend om dingen die kapot gaat zelf te repareren en nieuwe basismaterialen te kopen bij de lokale algemene winkel, die ook vaak dienst doet als postkantoor, supermarkt en geruchtenmolen. Het sociale leven draait vaak om de Saloon, al dan niet bevolkt door 'dames van de nacht', en zondag komt iedereen te samen in de grote houten kerk van welk geloof dan ook door het dorp wordt beleden. Iedereen is dan helemaal in het net en heeft vaak het enige bad van de week genoten. Als het dorp geluk heeft, is er een doodgraver, sheriff, bank en schooltje, en wordt het regelmatig bezocht door een postkoets. Doktoren en veeartsen zijn hun gewicht in goud waard en worden vaak door lovende advertenties naar dorpen gelokt en worden soms ook gedeeld door een complete regio van meerdere dorpen.

Jongens worden geacht hun steentje bij te dragen vanaf een jaar of 5 7, en gaan vaak maar een dag of twee drie per week naar school. Zaterdag telt niet als een vrije dag, zondag wel. Meisjes gaan niet werken, maar helpen met koken en verstelwerk. Beide geslachten leren paardrijden en krijgen vaak schietles. Ook wordt een praktische 'als je iets goed wil doen moet je het zelf opknappen' houding met de paplepel ingegoten. Er is nog geen leerplicht, maar de praktische houding zorgt er wel voor dat lezen, schrijven en rekenen op waarde worden geschat voor een goede toekomst.

Het werk van de mannen hangt vaak af van in wat voor dorp ze wonen - lokale mijnen en ranches zijn de grootste werkgevers, maar naarmate de dorpjes groter worden vormen zich ook de 'kantoorbaantjes', zoals bankteller en winkelier. Er zijn ook mannen die de kost verdienen als seizoensarbeider, wetshandhaver of zelfs professioneel pokerspeler, maar die zijn zeldzaam en het wordt niet gezien als een goede basis om een gezin te beginnen.

Vrouwen blijven veelal in traditionele rollen zitten, maar breiden hun vaardigheden uit. De meeste vrouwen van het Wilde Westen kunnen prima schieten, paardrijden en drinken. Er wordt nog wel verwacht dat ze vroeg trouwen en zorgen voor de volgende generatie, maar traditionele Europese waarden wat betreft mode, werk en het juiste gedrag zijn aanzienlijk soepeler. Ook is het prima als een vrouw wiens man is overleden de zaken van haar man overneemt - ze hoeft niet noodzakelijk te hertrouwen. Ook mogen vrouwen beperkt hun eigen winkels openen en hun eigen financiën regelen, al is het zeker nog een eeuw wachten tot stemrecht.

Gezondheid en hygiëne

Naast de overbekende goudkoorts kampte het Wilde Westen ook nog met een aantal echte gezondheidsproblemen door slechte hygiëne en primitieve medische zorg. Tijdens hun lange trektochten kregen gelukszoekers naast honger, uitputting en gebrek aan schoon water en voedsel, veel nieuwe en onbekende ziekten te verduren, samen met wat oude bekenden uit Europa. En ook de eerste nederzettingen vormden een ideale voedingsbodem voor tuberculose, gele koorts en geslachtsziektes als syfilis en gonorroe.

Drie andere kenmerkende ziektes voor die tijd waren:

Cholera was een enorm probleem, vooral in het midwesten, omdat slachtoffers door zowel diarree als overgeven heel snel vocht verloren en zwakker werden. Het verspreidde zich via besmet voedsel en water. Slachtoffers moesten rusten en gedwongen worden veel water te drinken aangezien dood werd veroorzaakt door uitdroging en niet noodzakelijk cholera zelf.

De Ziekte van Lyme en Texaanse griep werden veroorzaakt door teken die welig tierden bij koeien en paarden. Symptomen als bloedarmoede, koorts, wonden met rode ringen en maagkrampen waren alleen op te lossen met veel rust en professionele behandeling. Zelfs daarna bleef het slachtoffer vaak lang zwak.

Een van de meest schrijnende ziektes was tularemie, ook bekend als de konijnenkoorts. Het werd doorgaans opgelopen door het eten van besmette hazen en konijnen, en zorgde voor symptomen die lijken op de zwarte plaag. Hierdoor werden slachtoffers vaak in paniek aan hun lot overgelaten terwijl de ziekte zelf binnen een dag of drie wegtrok - maar tegen die tijd waren de meesten al overleden aan de koorts en uitdroging.